De indirecte rede in niet-vragende zinnen maak je met dat

Na dat komt een bijzin.

Voorbeeld:

Direct Rede ⇒ Sinsha: Het is een groene vogel, een parkiet.

Indirect rede ⇒ Sinsha zegt dat het een parkiet is.

Direct Rededat + bijzin ⇒ Indirect Rede

Voorbeeld: Maak een zin in de indirecte rede

  1. Mohammed denkt: ‘Ik heb de test goed gemaakt.’

    indirecte rede ⇒ Mohamed denkt dat hij de test goed gemaakt heeft.

  2. Ze hopen: ‘We zijn op tijd voor het concert.’

    indirecte rede ⇒ Ze hopen dat ze op tijd voor het concert zijn

Indirecte rede (2): Vragen met of of een vraagwoord

Ja/Nee Vraag ⇒ Indirecte vraag met of

Voorbeeld:

Zijn de winkels morgen open? ⇒ Ik vroeg of de winkels morgen open zijn.

Staat dat op internet? ⇒ De vraag is of dat op internet staat?

Is winkelen op koningsdag een leuk plan? ⇒ Ik vraag me af of winkelen op koningsdag een leuk plan is?

Vraagwoordvraagen ⇒ Indirecte vraag met een vraagwoord.