Voorzetsels (preposities) geven de relatie aan tussen twee elementen in de zin.
🇳🇱Op ⇒ 🇬🇧 On
🇳🇱In ⇒🇬🇧In
🇳🇱Over ⇒🇬🇧On
Sanne loopt over het strand.
🇳🇱 ⇒ Sanne walks on the beach.
Langzaam rijdt de auto over de weg.
🇳🇱 ⇒ Drive the car slow on the bridge.
De popster loopt over het podium.
🇳🇱 ⇒ The pop star walked on the podium.
Ik klim over een muurtje.
🇳🇱 ⇒ I climbed on the wall.
🇳🇱Door ⇒🇬🇧Through
🇳🇱Uit ⇒🇬🇧From/Out
Nog verder:
Voorbleed: